Eenmaal gearriveerd in de inrichting, zou Maarten
verder "behandeld"
worden door psychiatrische verpleegkundigen. Een arts-assistent zou
recepten
verschaffen voor de zwaar toxische neuroleptica (ook wel genoemd
antipsychotica) en benzodiazepines (slaappillen) die nu eenmaal
routinematig in
psychiatrische inrichtingen worden voorgeschreven. Misschien dat
Maarten
daarbij gelijk een parasympathicolyticum zou krijgen “tegen de
bijverschijnselen van het antipsychoticum.” Maarten zou op deze
middelen “reageren.”
Iedereen zou erop “reageren.”
Niemand zou op het idee komen om de hersensvocht te controleren op bacteriën. Zo gaat het nu eenmaal niet in psychiatrische inrichtingen. Al gebeurde dat wel, na drie weken psychiatrische drogering zou de kans dat Maarten ooit weer los komt van de psychiatrie niet zo groot zijn. De wettelijk verplichte “nazorg” zou bestaan uit het voorschrijven van nog meer pillen. Zowel het doorgaan met psychofarmaca als pogingen ermee te stoppen leidt vroeger of later tot gedrag dat "schizofreen" bestempeld wordt. Zo wordt de diagnose bevestigd door de behandeling.
Het is goed dat de verslaggever wijst op de gevaren van tekenbeten en de ziekte van Lyme. Jammer dat hij daarbij onterecht vertrouwen wekt in de deskundigheid en effectiviteit van de psychiatrie.