logo


Tien mythes over psychofarmaca

  1. Psychofarmaca zijn geneesmiddelen voor psychiatrische aandoeningen.
    Er zijn geen nauwkeurige, objectieve criteria om psychiatrische diagnosen te stellen, dus er zijn ook geen nauwkeurige, objectieve criteria om te bepalen of er verbetering of genezing is opgetreden bij een z.g. psychiatrische aandoening. Mensen die in de psychiatrie lopen hebben complexe problemen die niet opgelost kunnen worden met een pilletje of prik. Integendeel, psychiatrische middelen voegen toe aan de problemen doordat ze afstompen, somatische aandoeningen veroorzaken, en afhankelijkheid creëren.

  2. Niet alle psychofarmaca zijn zomaar sedativa. Er zijn middelen die echt de neurotransmissie beïnvloeden.
    Alle psychofarmaca, dus ook de sedativa, beïnvloeden neurotransmissie. Ook de illegale middelen die op straat verhandeld worden beïnvloeden neurotransmissie. Dat is precies de reden dat het gevaarlijke en verslavende neurotoxische stoffen zijn. Neurotransmissie is niet een lichaamsfunctie om aan te sleutelen.

  3. Slaappillen helpen bij het inslapen of doorslapen.
    Slaappillen kunnen inderdaad doen lijken of de slaap bevorderd wordt, maar enkel bij kortdurig gebruik. Wanneer men blijft slaappillen gebruiken, verliezen zij hun kracht. Bij het stoppen komen de slaapproblemen dubbel terug. Bovendien leiden slaappillen tot kunstmatige slaap, en verstoren dus het normale verloop van de slaapstadia.

  4. Depressies worden veroorzaakt door te weinig serotonine. / Schizofrenie wordt veroorzaakt door te veel dopamine. Psychofarmaca corrigeren dat.
    Wanneer een psychofarmacum voorgeschreven wordt, is de "patiënt" nooit onderzocht op serotonine, dopamine, of andere neurotransmitters. Dergelijke onderzoeken bestaan niet. Het niveau van neurotransmitter in de hersenen kan enkel bepaald worden bij gedode laboratoriumdieren. Psychofarmaca worden voorgeschreven op grond van onbewezen veronderstellingen en/of beleid.

  5. De overheid onderzoekt alle medicijnen, inclusief psychofarmaca, weet er alles over, en verzekert hun veiligheid voor dat ze op de markt toegelaten worden.
    De overheid bezit geen laboratoria en heeft geen wetenschappers in dienst die onderzoek doen op geneesmiddelen. De kennis van overheidsambtenaren stoelt op onderzoeksresultaten die verschaft worden door de fabrikanten. De fabrikanten maken zelf uit welke onderzoeksresultaten zij aan de overheid bekend maken. De goedkeuring van een middel door de overheid is evenveel een kwestie van politiek onderhandelen als van wetenschappelijk oordelen.

  6. Als psychofarmaca schadelijk zouden zijn, zouden ze verboden worden, zoals Softenon (thalidomide).
    Ongelukkigerwijze is dit niet het geval. De schadelijke effecten van psychofarmaca zijn al tientallen jaren bekend, maar in tegenstelling tot het beruchte Softenon, mogen artsen gewoon doorgaan met psychofarmaca voor te schrijven, en dat doen ze ook, soms zelfs als deel van een dwangbehandeling. Softenon veroorzaakte verontwaardiging onder de algemene bevolking, waarschijnlijk omdat het op zulk duidelijk herkenbare en sensationele wijze schade verrichte aan zuigelingen die geboren werden bij "normale" moeders. De somatische bijverschijnselen van vele psychofarmaca zijn even weerzinwekkend, maar het algemeen publiek heeft hier geen weet van omdat wanneer die bijverschijnselen gezien worden, ze niet in verband worden gebracht met psychofarmaca, of omdat de zwaarst getroffen slachtoffers verborgen leven in inrichtingen. Bij het uitblijven van verontwaardiging en protest van de algemene bevolking is de overheid niet gemotiveerd stappen te nemen tegen psychofarmaca, vooral gezien de financiële en politieke belangen die in het geding zijn.

  7. Bijverschijnselen zijn goed behandelbaar met pillen.
    Pillen tegen de bijverschijnselen van psychofarmaca zijn meer van hetzelfde. Ze kunnen soms tijdelijk een bijverschijnsel onderdrukken, maar op de lange duur worden de bijverschijnselen juist verergerd.

  8. Bijverschijnselen zijn zeldzaam. Als je daar bang voor bent, kun je helemaal geen medicijnen gebruiken.
    Als we enkel lichamelijke bijverschijnselen in beschouwing nemen, komen deze bij sommige psychofarmaca, vooral de neuroleptica, in 50% van de gevallen al binnen het eerste jaar van gebruik voor. Na langdurig gebruik stijgt het percentage van lichamelijke bijverschijnselen tot nabij de 100%. Psychofarmaca zijn niet vergelijkbaar met medicijnen die voor somatische aandoeningen worden voorgeschreven omdat
    a) de meeste medicijnen tijdelijk worden gebruikt, terwijl psychofarmaca blijvend gebruikt worden;
    b) de meeste medicijnen niet de bloed/hersensbarriëre kruisen terwijl alle psychofarmaca dit wél doen;
    c) bijverschijnselen van de meeste medicijnen verdwijnen wanneer met het middel gestopt wordt, terwijl veel bijverschijnselen van psychofarmaca onomkeerbaar zijn. Sterker, sommige bijverschijnselen komen pas aan het licht wanneer met het psychofarmacum gestopt wordt. De lichamelijke bijverschijnselen van psychofarmaca kunnen zwaar ontsierend en belemmerend zijn, om niet te spreken van de schade aan het psychisch functioneren.

  9. Wanneer een psychofarmacum tot bijverschijnselen leidt, kan het vervangen worden door een ander.
    Tegen de tijd dat een bijverschijnsel optreedt, kunnen de hersenen al geconditioneerd zijn aan het middel (verslaving). Het abrupt stoppen zal serieuze, vaak gevaarlijke reacties in lichaam en gedrag veroorzaken. Dit kan leiden tot dwangopname en dwangbehandeling. Wanneer het zóver is, kan het middel enkel vervangen worden met een vergelijkbaar middel dat dezelfde bijverschijnselen geeft.

  10. Als psychofarmaca werkelijk zo schadelijk waren, zouden artsen ze niet voorschrijven.
    Helaas handelen artsen niet altijd in het belang van hun patiënten. Dit is vooral het geval in de psychiatrie waar
    a) geen effectieve medische behandelingen bestaan;
    b) patiënten vaak niet serieus worden genomen;
    c) bijverschijnselen vaak abusievelijk gezien worden als een vermeende psychische stoornis;
    d) de belangen van derden, b.v. het gemak van het personeel van een inrichting, hoger gesteld worden dan de belangen van de patiënt;
    e) artsen doorgaans zelf slecht geïnformeerd zijn omdat hun "kennis" over de middelen die ze voorschrijven afkomstig is van de marketingcampagnes van de fabrikanten.

logo
Copyright © MeTZelf