|
|
Betrouwbare informatie over geneesmiddelen: waarvandaan?Een vereiste
om een weloverwogen beslissing te maken over medicijnen is
kennis.
De meeste mensen, inclusief politici, nemen aan dat artsen alles weten
over medicijnen. Waarom? Omdat artsen en enkel artsen toegestaan is te
beslissen wie welke medicijnen zal gebruiken (met uitzondering van
middelen verkrijgbaar
zonder recept). "Dat zal wel niet voor niets zijn" luidt de
redenering, vergetend waarom oorspronkelijk de wetgevers uit hun
grootvaders' tijd deze bevoegdheid op artsen hebben gevestigd. Dat
deden ze niet uit erkenning van de superieure kennis van artsen op dat
gebied, maar om artsen een instrument te laten zijn voor het toezien op
wettelijke beperkingen op het gebruik van medicijnen (in die tijd
hoofdzakelijk opium).
De eerste "opiumwet" zoals we het in Nederland noemen werd in de Verenigde Staten ingevoerd in 1914. Vandaar spreidden de opiumwetten zich als een olievlek naar alle industrieel ontwikkelde landen. Vandaag de dag zijn er nog maar weinig mensen die zich een vrije farmaceutische markt kunnen herinneren. We achten de rol van de arts als bepaler van ons medicijnengebruik vanzelfsprekend. De autoriteit van de arts-dokter is ons met de paplepel ingegoten. Het roept bij ons geen vraagtekens op. Naast het politieke vraagstuk dat ermee gemoeid gaat, namelijk vrije toegang tot medicijnen tegenover toegang dat streng beperkt wordt door de staat, zouden we ons af kunnen vragen of artsen inderdaad geschikt zijn ons te informeren en adviseren over deze producten. Zo niet, wie dan wel? De producenten
zijn natuurlijk blij om ons te overspoelen met informatie over hun
producten. Begrijpelijk genoeg kunnen we er niet op vertrouwen dat
dergelijke informatie onbevooroordeeld is. Veel mensen
vertrouwen op overheidsvergunningen. Vergeet niet dat "de overheid" in
werkelijkheid een verzameling is van gewone mensen die bloot staan aan
politieke en andere invloeden. Er is geen reden meer vertrouwen te
hebben in de overheid aangaande farmaceutische zaken dan aangaande
andere zaken. Een standpunt dat door "de overheid" wordt ingenomen kan
van aard omstreden zijn en niet objectief. We neigen aan
te nemen dat artsen ingelicht en onbevooroordeeld zijn over medicijnen.
Journalisten hebben in de laatste jaren onze aandacht gevestigd op
vraagtekens over de objectiviteit van artsen gezien de agressieve
marketing strategiën van de farmaceuten die op artsen gericht
worden. Vragen over de kennis die artsen hebben over de middelen die
zij voorschrijven moeten nog gesteld worden. Probeer eens zelf
het te toetsen. De volgende keer dat uw huisarts of specialist een
recept voor u schrijft, vraag hem/haar wat het halfleven van het middel
is of hoe het uit het lichaam wordt verwijderd. Waarschijnlijk zal uw
arts de vraag ontwijken of zeggen dat hij/zij het niet weet.
Farmacochemie -
de wetenschap die over medicijnen gaat - is geen verplicht vak in de
artsenopleiding en de meeste artsen hebben het niet gestudeerd. Een
apotheker weet over het algemeen meer over medicijnen dan een arts. De
arts is hoofdzakelijk een diagnosticus, tenzij hij/zij een chirurg is. Natuurlijk
schreven artsen al middelen voor in verband met de aandoeningen die ze
behandelden voordat de overheid hen een wakende rol oplegde. Vandaag de
dag zijn we geneigd te glimlachen, want veel stelde de middelen van
toen niet voor. Zo werd bijvoorbeeld Coca-Cola door een arts
gepatenteerd en aangeprezen als versterkend voor de hersenen.
Vóór 1914
viel er niet te waken over het gebruik van veel andere middelen dan
opium. In de tweede
helft van de twintigste eeuw groeide het aanbod van farmaceutische
producten explosief. Artsen, alhoewel nog steeds in hun door de
overheid opgelegde rol als farmaceutisch politieagent, bleven
hoofdzakelijk diagnostici. De medische en farmaceutische beroepen zijn
niet gefuseerd. De facto hebben artsen inmiddels een derde rol
aangenomen. Als doelwit van de marketing campagnes van de
farmaceutische industriën, functioneren zij als verkopers en
promotors van die producten, weer, zonder farmaceutische opleiding. Waar vinden we
dan wél betrouwbare informatie? Waarschijnlijk is geen enkele
informatiebron geheel compleet, accuraat en onvooringenomen. Wij als
"patiënten"
doen er
voordeel aan een variëteit aan bestaande informatie te raadplegen.
Misschien toen u uw arts vroeg over het halfleven of de eliminatie van het u voorgeschreven middel, pakte hij/zij een groot boek van de plank en zocht het antwoord op. Dat boek is niet een vertrouwelijke catalogus van toverrecepten. U kunt dat boek ook lezen. Een redelijk
objectief boek is het Farmacotherapeutisch Kompas dat jaarlijks wordt
uitgegeven door de Commissie voor farmaceutische hulp van het College
voor zorgverzekeringen. Artsen krijgen het gratis toegestuurd, maar
iedereen kan het tegen betaling bestellen bij Uitgeverij Bohn, Stafleu
en Van Loghum of
het CVZ.
Het Farmacotherapeutisch Kompas leest
verbazend makkelijk, ook voor de leek. De betekenissen van
farmaceutische termen zoals "halfleven" worden uitvoerig uitgelegd in
de inleiding. Blijkbaar gaan de schrijvers er niet van uit dat artsen
al bekend zijn met dergelijke termen en hun betekenissen. Tegenwoordig
staat het ook on-line.
Een vergelijkbaar boek is het "Informatorium Medicamentorum" dat jaarlijks wordt gepubliceerd door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), het overkoepelend orgaan van de apothekers. Gezien het belang van apothekers om hun producten aan de markt te brengen is hun publicatie verbazend onthullend, bijvoorbeeld met het toegeven dat SSRI's het risico van zelfmoord verhogen. Voor de chemici onder ons geeft het Informatorium Medicamentorum de formules weer van de molecule van ieder farmacum op de markt. De prijs is voor de meesten van ons een belemmering maar de meeste apothekers hebben er geen probleem mee klanten hun exemplaar te laten inzien. Wie toch zelf er een wil bestellen, kan dat doen via de KNMP. Vereniging MeTZelf roept hierbij de KNMP op de volledige inhoud van het Informatorium Medicamentorum gratis beschikbaar te stellen op het Internet. De KNMP sponsort eveneens de "geneesmiddeleninformatielijn" die vanaf Nederland te bereiken is op werkdagen van 10.00 tot 16.00 uur op 0900-9998800 (30¢ p.m.). De lijn wordt beantwoord door een gediplomeerd apotheker (meerdere apothekers doen mee), die overigens veelal voor zijn/haar antwoord evengoed het Farmacotherapeutisch Kompas of het Informatorium Medicamentorum zal raadplegen. Het Geneesmiddelenbulletin is nu voor het brede publiek on-line toegankelijk. Door te klikken op zoek/archief kan de naam van een geneesmiddel worden ingevoerd. Een andere zeer aan te bevelen publicatie is "Medicijnen" van Ivan Wolffers. Wolffers is niet verbonden aan de industrie en houdt een kritisch oog op de werkzaamheid, veiligheid en noodzaak van de meeste in Nederland verkrijgbare medicijnen. Het boek kan in iedere boekhandel besteld worden maar staat ook ter inzage bij de naslagwerken van de meeste openbare bibliotheken. "Medicijnen" wordt iedere twee jaar herzien. Naast Wolffers op de plank van de bibliotheek staat waarschijnlijk het boek "Geneesmiddelen in Nederland" van Reijnders e.a. Even als Wolffers stellen Reijnders e.a. vragen bij de werkzaamheid en veiligheid van veel middelen die artsen regelmatig voorschrijven. Hun boek kost ongeveer hetzelfde als het boek van Wolffers en is eveneens zeer aan te bevelen. Helaas nemen noch Wolffers noch Reijnders e.a. een ondubbelzinnig standpunt in tegen psychofarmaca, maar ze stellen tenminste wat vragen die u van uw psychiater niet zult horen. Wolffers, bijvoorbeeld, citeert een onderzoek waaruit blijkt dat het gebruik van neuroleptica in verzorgingstehuizen stijgt wanneer de hoeveelheid personeel per bewoner daalt. De PubMed, een inhoudsopgave van vrijwel alle gepubliceerde medische onderzoeken, is voor iedereen met een Internetverbinding toegangkelijk. Kennis van de Engelse taal is hiervoor wel noodzaaklijk. Tevens zijn er in academische ziekenhuizen en universiteiten bibliotheken waar het brede publiek gratis gebruik van kan maken. Materialen lenen kost natuurlijk wel geld. Wie deze bronnen raadpleegt, heeft meer informatie in handen om tot een overwogen beslissing aangaande medicijnen te komen dan de arts kan verschaffen. Kortom, informatie is volop verkrijgbaar. Maak er gebruik van! |