Wetenswaardigheden over Geneesmiddelen
Medisch Onderzoek
Het is bij wet verboden
iemand tegen zijn wil te betrekken bij geneesmiddelenonderzoek. Toch
wordt het gedaan. Artsen maken afspraken met fabrikanten over het
voorschrijven van middelen, of besluiten op eigen initiatief ermee te
experimenteren.
Soms zijn de afspraken
tussen fabrikant en arts deel van neponderzoeken, waarbij het
werkelijke doel is de naam van het middel in de pen van de arts te
krijgen.
Omdat patiënten van
een bepaalde arts zelden onderling hun voorgeschreven middelen
bespreken, is het vrijwel niet mogelijk voor de patiënt om zich
ervan te verzekeren dat een middel specifiek voor hém is gekozen
en niet routinematig aan meerdere patiënten wordt voorgeschreven,
al dan niet experimenteel.
Controle van de Overheid
Farmaceutische middelen
worden ontwikkeld én onderzocht door de farmaceutische
industrieën zelf. De overheid stelt wel richtlijnen voor zulk
onderzoek, maar de toezicht daarop is niet van andere kwaliteit dan in
andere bedrijfstakken. De uiteindelijke goedkeuring van een farmacum is
het gevolg van onderhandelen tussen de fabrikant en de overheid,
waarbij politieke en financiële overwegingen even sterk een rol
spelen als wetenschappelijke overwegingen.
Dit geldt ook voor het
vaststellen van de inhoud van de bijsluiter.
Gebruik
Wanneer een middel eenmaal
op de markt is, kan iedere arts het aan iedere patiënt voor iedere
kwaal en iedere gebruiksduur voorschrijven, ook wanneer het middel daar
niet voor bestemd is.
Langdurig Gebruik
Alhoewel sommige middelen,
met name psychofarmaca, voor langdurig gebruik voorgeschreven worden,
zijn die middelen nooit langdurig onderzocht. Mensen die mee doen aan
farmaceutische onderzoeken mogen bij wet dat niet voor meer dan zes of
acht weken doen. Hieruit volgt dat de gevolgen van langdurig gebruik
ondervonden worden aan den lijve van de langdurige gebruiker.
Bijverschijnselen
Na dat een middel
goedgekeurd is, is rapportage van bijverschijnselen volkomen
vrijwillig. Tot voor kort mochten patiënten in Nederland
zélf bijverschijnselen niet melden. Zij waren daarvoor
afhankelijk van de medewerking van artsen en apothekers. Sowieso is de
koppeling tussen informatie aan de patiënt (zowel als aan de arts)
en daadwerkelijke gevolgen van langdurig gebruik van farmaca gebrekkig.
Tegelijkertijd worden
oudere farmaca vaak van de markt onttrokken en vervangen door nieuwere
middelen die veel meer inkomen genereren voor de fabrikant omdat ze nog
onder octrooi staan. De nadelige gevolgen van langdurig gebruik van
betrekkelijk nieuwe middelen kunnen niet bekend zijn.
Reclame
Farmaceutische producenten
hebben gigantische reclamebudgetten, vaak vele malen groter dan hun
budgetten voor wetenschappelijk onderzoek. Hiermee vrijen ze artsen op.
In Nederland wordt deze
reclame voor de eindconsument verborgen door een wet die het de
farmaceuten verbiedt reclame te richten op anderen dan artsen.
Anderzijds wordt direct op
patiënten veel sluikreclame gericht, vermomd als informatie over
ziekten. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn gratis foldertje's bij de
apotheek of arts, advertenties in de media, en informatie verspreid via
patiëntenverenigingen. Patiëntenverenigingen worden meestal
door farmaceuten
gesubsidieerd. Vaak heeft een werknemer van zo’n bedrijf zitting in het
bestuur van de patiëntenvereniging.

Copyright ©
MeTZelf